Samenvatting voorontwerp IP

De totstandkoming van het tracé

Het project Zuid-West 380 kV Oost kent een lange geschiedenis. Het project is gestart in 2009. Toen is de Startnotitie gepubliceerd waarin het voornemen om een nieuwe 380 kV-verbinding van Borssele naar Tilburg aan te leggen is aangekondigd. Er zijn daarna verschillende tracés voor de nieuwe verbinding ontworpen en de milieueffecten daarvan zijn onderzocht. In 2010 is op basis hiervan een meest milieuvriendelijk alternatief bepaald. Dit liep over de Brabantse wal naar Roosendaal-Borchwerf en via Geertruidenberg naar Tilburg. De minister van Economische Zaken heeft in 2011 dit tracé gekozen als voorkeursalternatief.

In 2014 bleek echter uit onderzoek dat het voorkeursalternatief in technische zin niet voldeed en daarom niet kon worden gehandhaafd. De ministers van Economische Zaken en van Infrastructuur en Milieu kozen daarom voor een ander tracé. Dit tracé liep niet van Rilland via Geertruidenberg naar Tilburg, maar van Rilland via het zuidelijker gelegen Breda naar Tilburg. Deze keuze leidde tot onbegrip bij de overheden en de omgeving in West- en Midden-Brabant. De minister van Economische Zaken heeft de regio daarom uitgenodigd om tracé-alternatieven in te dienen. Er is gebruik gemaakt van deze uitnodiging: overheden en groepen uit de omgeving hebben diverse voorstellen ingediend. Deze zijn vervolgens in een intensief samenwerkingstraject met de Samenwerkende Overheden en de betrokkenen in de omgeving verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot vier hoofdalternatieven: Blauw, Geel, Paars en Rood, elk met een groot aantal varianten.

Tracé-alternatieven

Uitwerkingsgebieden

Milieueffectrapport (MER) Een milieueffectrapportage dient om de milieueffecten van een voorgenomen besluit in beeld te brengen zodat het milieu een volwaardig rol kan spelen in de besluitvorming. ‘Milieueffecten’ zijn daarbij effecten op zowel mens (veiligheid, gezondheid, hinder) als de leefomgeving (bodem, water, natuur, landschap en archeologie). De resultaten van het onderzoek worden opgenomen in een milieueffectrapport (MER). Het opstellen van een MER is verplicht voor een besluit over een bovengrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van 229 kV of meer en een lengte van 15 km.

Voor het project Zuid-West 380 kV werd in de Startnotitie uitgegaan van één MER en één inpassingsplan voor het gehele tracé van Borssele naar de ring bij Tilburg. In 2014 is vanwege de komst van station Rilland besloten om het project te splitsen. Hiermee is ook besloten dat er twee inpassingsplannen worden gemaakt: één voor het westelijk tracédeel Borssele - Rilland (Zuid-West 380 kV West) en één voor het oostelijke tracédeel Rilland – Tilburg (Zuid-West 380 kV Oost). Als gevolg hiervan is voor Zuid-West 380 kV Oost is een apart MER opgesteld. Het MER zal gelijktijdig met het ontwerp inpassingsplan ter inzage worden gelegd.

De milieueffecten van deze hoofdalternatieven en varianten zijn uitgebreid onderzocht. De resultaten hiervan vormen de basis voor het milieueffectrapport (MER) en zijn samengevat in de Integrale Effectanalyse en de Samenvatting Milieueffecten. Op verzoek van de minister van Economische Zaken hebben de Samenwerkende overheden een gezamenlijk advies uitgebracht over het tracé van de nieuwe verbinding. De minister van Economische Zaken heeft in juli 2017 het geadviseerde tracé overgenomen als het Voorgenomen tracé.

Het voorgenomen tracé was nog niet zo gedetailleerd dat het in het rijksinpassingsplan opgenomen kon worden. Het tracé is daarom - in samenspraak met belanghebbenden zoals Samenwerkende overheden, Rijkswaterstaat, waterschappen, buisleidingeigenaren en omwonenden -verder onderzocht en uitgewerkt. Voor verschillende uitwerkingsgebieden zijn varianten ontwikkeld waarvan de effecten in beeld zijn gebracht. Hiervoor is eerst samen met gemeentes bekeken op welke tracédelen het tracé nog nader uitgewerkt diende te worden. Deze te onderzoeken tracédelen zijn aangevuld aan de hand van gesprekken die over het tracé zijn gevoerd tijdens informatieavonden en andere contacten met bewoners, organisaties en bedrijven.

Dit heeft geleid tot een aantal uitwerkingsgebieden, waarbij per uitwerkingsgebied een opgave is omschreven voor nadere uitwerking van het tracé. Vervolgens is het tracé voor elk uitwerkingsgebied in werkateliers met betrokken partijen besproken en zijn gezamenlijk varianten ontwikkeld. Voor een uitgebreide beschrijving en een effectbeschrijving van de verschillende varianten wordt verwezen naar Projectboek 3, dat begin 2019 is gepubliceerd.

Net als in 2017 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de Samenwerkende Overheden gevraagd advies uit te brengen over het tracé van het voorkeursalternatief. Op basis hiervan heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat in samenspraak met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het tracé van het voorkeursalternatief bepaald. Met uitzondering van twee uitwerkingsgebieden. Voor het uitwerkingsgebied Bergen op Zoom heeft de minister TenneT gevraagd om een verlengd kabeltracé in de buisleidingenstraat te onderzoeken. Uit het onderzoek van TenneT blijkt dat het mogelijk is om aan de oostzijde van Bergen op Zoom 2,5 km tracé te verkabelen, boven de 380 kV-verkabeling die reeds opgenomen was in het voorkeursalternatief. Voor het uitwerkingsgebied Moerdijk-Zevenbergschen Hoek heeft de minister een andere afweging gemaakt dan de Samenwerkende overheden en gekozen om vast te houden aan het voorkeursalternatief. In de verdere uitwerking van het tracé zal samen met belanghebbenden en betrokken overheden worden verkend of er andere manieren zijn om bij te dragen aan de leefbaarheid in relatie tot de nieuwe hoogspanningsverbinding en daarnaast bij de uitwerking van het landschapsplan extra aandacht te geven aan dit gebied. Daarnaast heeft de minister TenneT gevraagd om nader te onderzoeken welk masttype in combinatie met het masttype van de bestaande verbindingen de beste bijdrage levert aan alle milieuaspecten in verhouding tot de proportionele kosten. TenneT heeft de minister voorgesteld om specifiek voor de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding Rilland-Tilburg te kiezen voor gebruik van vakwerkmasten in plaats van Wintrackmasten. Op basis hiervan is de vakwerkmast geoptimaliseerd en technisch verder uitgewerkt met de naam Moldau. Dit masttype is specifiek ontwikkeld voor de hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Oost, zodat deze voldoet aan de eisen voor de nieuwe verbinding.

Het VKA 2020 is een bijgewerkte en geactualiseerde versie van het voorgenomen tracé uit 2017.

VKA 2020

Moldau-mast De verbinding wordt in beginsel bovengronds uitgevoerd met vakwerkmasten. Voor de verbinding tussen Rilland en Tilburg is een specifiek ontwerp voor de masten gemaakt, de zogeheten Moldau-masten. Er zijn zowel trekmasten als steunmasten ontworpen: de trekmasten staan op de knikken van het tracé, de steunmasten staan op de rechte delen van het tracé. Het grootste deel van de verbinding wordt als een gecombineerde verbinding uitgevoerd. Aan deze masten worden aan elke arm drie bundels van 380 kV-geleiders en 150 kV-geleiders gehangen.

De totstandkoming en ontwerp van de Moldaumast wordt op pagina 17 van het Projectboek nader toegelicht.