Samenvatting voorontwerp IP

De opgave

Ontwikkelingen in de energiesector De energiesector is sterk in beweging. De vraag naar elektriciteit neemt toe. Daarnaast zorgt de transitie van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en zonne-energie en de opkomst van lokaal opgewekte energie voor nieuwe uitdagingen voor het elektriciteitsnet. Nederland beschikt over één van de meest betrouwbare landelijke elektriciteitsnetten ter wereld met een zeer hoge leveringszekerheid. TenneT is beheerder van het landelijke hoogspanningsnet en heeft de wettelijke taak om het landelijke hoogspanningsnetwerk in werking te hebben, te onderhouden en de veiligheid en betrouwbaarheid te waarborgen. Om de levering van stroom in de toekomst te kunnen garanderen is er behoefte aan uitbreiding van het bestaande elektriciteitsnet. Grootschalige energieopwekking op basis van fossiele brandstoffen vindt in Nederland vooral langs de kust plaats. Dit zorgt ervoor dat locaties waar elektriciteit feitelijk wordt opgewekt relatief ver van de verbruikerscentra af liggen. Voor Zeeland betekent dit dat er meer energie geproduceerd dan verbruikt wordt. Er zijn twee nieuwe offshore windparken (Borssele Alpha en Beta) in gebruik genomen en ook op land wordt zon- en windenergie geproduceerd. Daarnaast zullen de warmtekrachtcentrale in Terneuzen, de gascentrale SLOE en de kerncentrale Borssele nog voor langere tijd in Zeeland aanwezig zijn. Dit zorgt ervoor dat er in de provincie Zeeland aanmerkelijk meer elektriciteit wordt getransporteerd dan wordt verbruikt.

Transportknelpunten Het hoogspanningsnetwerk vanuit Borssele wordt benut voor transport van de in Zeeland geproduceerde energie naar het achterland. Berekeningen laten zien dat er vanaf 2020 een knelpunt ontstaat en dat de bestaande 380 kV-verbinding tussen Rilland en Geertruidenberg overbelast kan raken. Dit knelpunt wordt versterkt door duurzame opwekking op land, omdat de transportcapaciteit in het 150 kV-net van Zeeland naar Brabant ontoereikend is en de energie daarom naar het 380 kV-net wordt geleid. Met de realisatie van het westelijke deel van de nieuwe hoogspanningsverbinding is het knelpunt tussen Borssele en Rilland opgelost. Het knelpunt op de 380 kV-verbinding tussen Rilland en Geertruidenberg blijft echter bestaan. Indien op traject bij het uitvoeren van onderhoud aan één van de 380 kV-circuits van de bestaande 380 kV-verbinding Rilland – Geertruidenberg het andere circuit uitvalt, is het 150 kV-net tussen Zeeland en Noord-Brabant niet in staat de opgewekte elektriciteit af te voeren: het raakt overbelast. De omvang van het knelpunt neemt de komende jaren toe als gevolg van de voorziene groei van duurzame opwekking in Zeeland. Internationale afspraken staan niet toe dat het knelpunt op het buitenland mag worden afgewend. Ook ontstaat ernstige overbelasting in geval er sprake is van import vanuit België. Onderhoud zou in dat geval alleen uitgevoerd kunnen worden met omvangrijke beperking van de productie in Zeeland.

Oplossing De hierboven beschreven knelpunten kunnen worden opgelost door de transportcapaciteit in het 380 kV‐hoogspanningsnetwerk uit te breiden. In de provincie Zeeland is daarom gewerkt aan de aanpassing van het 380 kV-station Borssele, de kabelaansluiting van de offshore windlocaties naar het 380 kV-station Borssele, de realisatie van een nieuw 380 kV-station Rilland (deze projecten zijn inmiddels gerealiseerd) en is gestart met de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding van Borssele naar Rilland (ZW380 West). Hiermee is de uitbreiding van het westelijk deel van de verbinding gerealiseerd of wordt gerealiseerd. Wat rest is de transport van energie vanaf het 380 kV-station Rilland naar de landelijke ring. Omdat het verhogen van de transportcapaciteit van de bestaande verbindingen tussen Rilland-Geertruidenberg geen oplossing biedt is het noodzakelijk een nieuwe verbinding te realiseren om het overschot van de in Zeeland geproduceerde elektriciteit naar de landelijke 380 kV‐ring te kunnen transporteren. Aansluiting op de landelijke ring kan plaatsvinden bij het bestaande 380 kV-station in Geertruidenberg dat onderdeel is van de landelijke 380 kV-ring. Hierdoor ontstaat echter een overschrijding van de kortsluitvastheid van de installatie op het station. Ook ontstaat met deze oplossing een te grote afhankelijkheid van het 380 kV‐station Geertruidenberg voor de Zeeuwse elektriciteitsvoorziening. Bovendien vormt Geertruidenberg geen centrale locatie. Aansluiten op 380 kV‐station Geertruidenberg is daarom geen realistische optie. Daarom wordt de elektriciteit getransporteerd naar het nieuwe 380 kV-station bij Tilburg dat onderdeel is van de landelijke 380 kV-ring. Hiermee wordt een betere geografische spreiding gerealiseerd van de twee 380 kV‐verbindingen naar Borssele en er treedt geen overschrijding van de kortsluitvastheid van het 380 kV-station in Geertruidenberg op. Hiervoor wordt een nieuwe 380 kV-verbinding gerealiseerd tussen het nieuwe 380 kV-station Rilland en het nieuwe 380 kV-station bij Tilburg. Dit biedt een toekomstvaste oplossing voor de transport- en onderhoudsknelpunten op de bestaande 380 kV-verbinding Rilland-Geertruidenberg. Met de aansluiting op de landelijke ring bij Tilburg worden de geconstateerde knelpunten in het Brabantse 150 kV‐net opgelost en worden investeringen in extra verbindingen in het 150 kV‐net voorkomen.