Totstandkoming van de Moldaumast

Op verzoek van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en op advies van de Samenwerkende Overheden hebben we de best passende mast voor de nieuwe hoogspanningsverbinding onderzocht. We hebben hierbij rekening gehouden met de twee bestaande hoogspanningsverbindingen waarmee we bundelen. In het onderzoek stonden technische functionaliteit, omgevingseffecten, landschappelijke inpassing en kosten voor nieuwe hoogspanningsverbinding Zuid-West 380 kV Oost centraal.

Belangrijk uitgangspunt was het tracé zoals door de minister van EZK in 2017 gekozen en verder uitgewerkt in de keuze van de minister voor het voorkeursalternatief in 2019. Er is expliciet aangegeven dat het aantal gevoelige bestemmingen niet mag toenemen. Er is een vakwerkmast ontworpen die aan de eisen voldoet. Deze vakwerkmast is vergeleken met de wintrackmast die als uitgangspunt gold. Op 4 februari 2020 was dit onderzoek zo ver gevorderd dat TenneT aan de minister van EZK heeft voorgesteld vakwerkmasten toe te passen voor Zuid-West 380 kV Oost.

Op 28 februari 2020 heeft de minister ingestemd met dit voorstel. Daarmee stappen we af van het oorspronkelijke vertrekpunt dat uitging van wintrack. Vervolgens heeft TenneT de mastvorm geoptimaliseerd en technisch verder uitgewerkt. Deze specifiek voor het project ontwikkelde mast, heeft de naam Moldau gekregen.

Positie van de geleiders in de mast De Moldaumast die is afgebeeld is een zogenaamde combimast waarin de 380 kV-verbinding en de 150 kV-verbinding zijn gecombineerd. De verbindingen worden standaard dubbel uitgevoerd (twee circuits 380 kV en twee circuits 150 kV) om de beschikbaarheid ook bij onderhoud te borgen. De 380 kV-circuits hangen aan de buitenzijde en de 150 kV-circuits aan de binnenzijde. De bliksemdraden hangen aan de buitenzijden van de bovenste traverse en dienen voor de bescherming van circuits tegen blikseminslag.

Fundering en ruimtebeslag Een gemiddelde vakwerkmast heeft vier kleine betonnen poeren. Dit is de bovengrondse betonconstructie waarop de vier poten van de mast geplaatst worden. De masten worden standaard direct op funderingspalen gezet. Dit zijn er standaard vier per mastlocatie (een funderingspaal per mastpoot). Dit wordt vanaf maaiveld aangelegd zonder bouwkuip (geen ontgraving) met bemaling. De oppervlakte tussen de poeren kan beperkt worden gebruikt, bijvoorbeeld voor grazend vee. Daarmee is het fysieke ruimtebeslag zo klein als mogelijk.

Bundeling Het tracé bundelt voor een groot deel met twee bestaande verbindingen. In het westelijk deel bundelt de nieuwe verbinding met de 2 x 380 kV Donauvorm (verbinding Geertruidenberg-Rilland) en in het oostelijk deel met de 3 x 380 kV Ton-vorm (Geertruidenberg-Eindhoven). Dit zijn twee vakwerk vormen, ontworpen voor twee verschillende verbindingen (een twee- en een driecircuitverbinding). De masten zijn verschillend in hoogte, in het aantal armen (traversen) en in het aantal mastlichamen. Bij het ontwerp van de vakwerkmast voor de Zuid-West 380 kV Oost verbinding is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de vormen van de vakwerkmasten van de verbindingen waarmee wordt gebundeld.

Bundeling 2 circuit Rilland-Geertruidenberg De 380 kV-hoogspanningslijn Geertruidenberg-Rilland is met twee 380 kV-circuits uitgevoerd. De afstand tussen de buitenste draden (de breedte) is van deze masten groter dan van Moldau (circa 31 meter voor de bestaande masten en circa 28 meter voor Moldau). Moldau is hoger vanwege de extra traverse (circa 57 meter voor Moldau en 48 meter voor de bestaande mast). De extra traverse is een gevolg van de eis voor de magneetveldzone. Bij het ontwerp van de Moldaumast is zo veel mogelijk rekening gehouden met de bestaande masten:

  • De hoogte-breedte verhouding van het mastlichaam is overeenkomstig.
  • De opbouw van de mast met een broekstuk (onderste deel met de mastpoten) en het mastlichaam tot de onderste draden is vrijwel gelijk.
  • Het aantal traversen van Moldau is met drie beperkt tot het minimum en sluit daarmee zo goed als mogelijk aan op de bestaande masten met twee traversen.
  • Zowel Moldau hoekmasten als de bestaande hoekmasten hebben zogenaamde nonnenkappen waar de bliksemdraden aan hangen.

Bundeling 3 circuit Geertruidenberg - Eindhoven De 380 kV-hoogspanningslijn Geertruidenberg-Eindhoven is met drie 380 kV-circuits uitgevoerd en heeft een strookbreedte onder de draden van ruim 36 meter. Om de drie circuits voldoende uit elkaar te kunnen hangen is hier gekozen voor twee mastlichamen. De strookbreedte onder de draden van Moldau is dus minder (circa 28 meter) en Moldau kan voor vier circuits volstaan met één mastlichaam. De bouwhoogten van de bestaande hoogspanningsmasten (circa 60 meter) is iets hoger dan van Moldau (circa 57 meter). Bij het ontwerp van de Moldaumast is zo veel mogelijk rekening gehouden met de bestaande masten:

  • Het aantal traversen van Moldau is gelijk aan het aantal traversen van de masten van de bestaande masten.
  • Zowel Moldau als de bestaande masten hebben de zogenaamde ton-vorm voor de geleider geometrie. De bovenste en onderste draden hangen dichter bij de mast dan de middelste draden.
  • In Moldau steunmasten zijn de draden opgehangen met V-kettingen. De draden van het middelste circuit in de bestaande steunmasten zijn ook met V-kettingen opgehangen.
  • Zowel Moldau hoekmasten als de bestaande hoekmasten hebben zogenaamde nonnenkappen waar de bliksemdraden aan hangen. De hoogte-breedte verhouding van het mastlichaam is overeenkomstig.
  • De opbouw van de mast met een broekstuk (onderste deel met de mastpoten) en het mastlichaam tot de onderste draden is vrijwel gelijk.
  • Het aantal traversen van Moldau is met drie beperkt tot het minimum en sluit daarmee zo goed als mogelijk aan op de bestaande masten met twee traversen.
  • Zowel Moldau hoekmasten als de bestaande hoekmasten hebben zogenaamde nonnenkappen waar de bliksemdraden aan hangen.

Magneetveldzones Bij het onderzoek naar de best passende mast is expliciet aangegeven dat het aantal gevoelige bestemmingen niet mag toenemen. De breedte van de magneetveldzones hangt af van de positie van de draden in de mast (geleidergeometrie). Voor Zuid-West 380 kV Oost is met Moldau een vakwerkmast met een smalle magneetveldzone ontworpen.

De draden hangen in de Moldaumast in een ton-vorm: de middelste draden hangen verder buiten de mast dan de onderste en bovenste draden. Met deze ton-vorm is een relatief smal magneetveld mogelijk en kunnen de draden dicht bij elkaar gehangen worden.

Met Moldau verandert het aantal gevoelige bestemmingen in Zuid-West 380 kV Oost niet ten opzichte van het uitgangspunt (tracé met wintrackmasten).

Toegangswegen en werkruimte De masten worden in kleine onderdelen aangeleverd. Deze kunnen worden vervoerd met standaard materieel. De toegangswegen zijn klein en flexibel in te passen. Ook in de beheerfase volstaat licht materieel. Voor de bouw van de masten is voor effectieve opslag van een groot aantal onderdelen en assemblage een ruime werkruimte wenselijk maar niet strikt noodzakelijk. Daarmee geldt dat de werkruimte voor de masten flexibel gepland en ingepast kan worden.