Uitwerkingsgebied 3

Bergen op Zoom

In het tracé bij Bergen op Zoom, dat gelegen is aan de westzijde van de buisleidingenstraat, moet rekening worden gehouden met de luchtmachtbasis Woensdrecht. Hierdoor moeten er voor een gedeelte van het tracé lagere masten met een lengte van circa 45 meter en een kortere veldlengte van circa 260 meter worden toegepast. De bedoeling is om de effecten op bos te beperken en de afstand tot een aantal woningen te vergroten. Hierbij moet de vereiste afstand van 55 meter tot de buisleidingenstraat worden aangehouden, een kortere afstand is niet mogelijk. Om deze afstand te bereiken zijn maatregelen aan de 150 kV-verbinding noodzakelijk om de nieuwe verbinding veilig aan te kunnen leggen.

Er is naar aanleiding van het werkatelier onderzocht of de nieuwe verbinding aan de oostzijde van de buisleidingenstraat kan komen te liggen, omdat de verwachting was dat dit tot minder natuureffecten zou leiden dan een ligging aan de westzijde. Onderzoek uit 2012 gaf aan dat een ligging aan de oostzijde leidt tot negatieve effecten op natuur waardoor deze variant niet of moeilijk vergunbaar zou zijn. Bij de actualisatie van dit onderzoek in 2018 waarbij ook een veldonderzoek heeft plaatsgevonden is geconstateerd dat een variant aan de oostzijde mogelijk wel vergunbaar is, net als de westzijde. Daarom is deze variant ook meegenomen.

Voor de opstijgpunten aan de zuidzijde van het tracé - nabij Heimolen - zijn drie locaties in beeld. Er is een opstijgpunt voorzien direct ten oosten van de A58 ter hoogte van de kruising met de buisleidingenstraat. Dit is locatie 1. Het opstijgpunt staat daar op een locatie in samenhang met de autosnelweg, infrastructuur van vergelijkbaar schaalniveau. Het staat echter ook in een beekdal met een unieke visuele samenhang tussen Brabantse Wal en Oosterschelde. Deze samenhang is uniek in Nederland. Daarom is ook een tweede locatie voor het opstijgpunt in beeld. Dit is 700 meter ten oosten van de eerste locatie, ter hoogte van de Huijbergsebaan. Dit punt staat niet in de zichtlijn naar de Oosterschelde. Dit is locatie 2. Voor de variant aan de oostzijde, variant Groen, is een derde locatie voor het opstijgpunt onderzocht. Deze ligt net als locatie 2 ter hoogte van de Huijbergsebaan aan de oostzijde van de buisleidingenstraat. De effecten van de opstijgpunten zijn beschreven in de Integrale effectbeschrijving van het uitwerkingsgebied Brabantse Wal.

variant Geel (opstijgpunt A)

Variant Geel komt overeen met het voorgenomen tracé. Bij de aanleg van de nieuwe verbinding is uitgegaan van een veilige werkafstand van 50 meter tot de 150 kV-verbinding. Hierdoor komt de nieuwe verbinding op circa 90 meter van de buisleidingenstraat te liggen en wordt bos doorsneden.

variant Geel (opstijgpunt B)

variant Groen

Variant Groen ligt aan de oostzijde van de buisleidingenstraat op de minimaal vereiste 55 meter. Vanwege deze ligging zal het opstijgpunt nabij de Huijbergsebaan aan de oostzijde van de buisleidingenstraat komen (locatie 3). Aan de noordzijde van het uitwerkingsgebied kruist de verbinding de buisleidingenstraat om aan te sluiten op het tracé van het voorgenomen tracé. Omdat de masten op 55 meter van de buisleidingenstraat moeten staan, de maximale veldlengte 400 meter is (hier zijn geen verlaagde masten meer nodig) en de buisleidingenstraat op deze locatie een aantal knikken maakt, maakt ook het tracé een aantal knikken.

Effectbeschrijving

Hieronder worden de effecten van de varianten Geel en Groen beschreven. De effecten van de locaties van de opstijgpunten zijn beoordeeld in het uitwerkingsgebied Brabantse Wal. Dit betekent dat de varianten in dit uitwerkingsgebied zijn beoordeeld vanaf de Huijbergsebaan.

Leefomgevingskwaliteit (gevoelige bestemmingen)

Variant Geel heeft 4 gevoelige bestemmingen (2 op de Boslustweg en 2 op de Balsedreef). Variant Groen heeft ook 4 gevoelige bestemmingen (2 op de Huijbergsebaan, 1 op de Balsedreef, 1 op het Stoffeligstraatje).

Landschap

Beide varianten liggen op korte afstand van de rand van het bos en in beide varianten zal er een strook bos tussen de verbinding en de open buisleidingen straat gehandhaafd blijven. Bij variant Groen is die bosstrook smaller. Variant Geel zal invloed hebben op de lanenstructuur van Landgoed Zoomland, variant Groen zal invloed hebben op de lanenstructuur tussen de Huijbergsebaan en de Boslustweg. De kwaliteit van het tracé verschilt wel. Variant Groen heeft twee noodzakelijke knikken in het tracé nabij camping Heidepol, om de buisleidingenstraat te kruisen. Hierdoor zal deze variant een grotere landschappelijke impact hebben.

Natuur

De varianten Geel en Groen lopen beide door het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Er zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd om de vergunbaarheid en de effecten van deze varianten aan de west- en oostzijde van de buisleidingenstraat te bepalen. De eerste onderzoeken die vanaf 2012 zijn uitgevoerd, hielden rekening met de toenmalige natuur wetgeving. De wetgeving is veranderd. De huidige natuur wetgeving heeft een meer integraal karakter en voorziet in een combinatie van gebiedsbescherming (Natura 2000), bescherming van vogels en habitats (de voormalige Flora- en faunawet art. 75c) en de bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet).

Variant Geel leidt tot meer houtkap dan variant Groen. Variant Groen leidt echter tot een nieuwe doorsnijding. Bij een keuze voor variant Geel wordt de oostzijde niet aangetast. Bij variant Groen vindt aantasting van beide zijden van de buisleidingenstraat plaats niet alleen omdat variant Groen aan de oostzijde wordt aangelegd maar ook vanwege de amovering van de 150 kV-verbinding aan de westzijde. Bij de aanleg van beide varianten wordt gebruik gemaakt van een ecologisch werkprotocol waardoor de effecten geminimaliseerd worden. Voor beide varianten moet een vergunning aangevraagd worden. Op de plaats van de 150 kV-verbinding kan landschappelijke inpassing met bossages plaatsvinden. Er wordt nog onderzocht hoe het aantal te kappen bomen geminimaliseerd kan worden.

Archeologie

Alle tracés gaan door een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. Er zijn enkele locaties bekend waar maatwerk of vervolg onderzoek uitgevoerd moet worden. De archeologie is al met al niet onderscheidend.

Bodem en Water

Alle tracés kennen verdachte locaties wat betreft de bodemkwaliteit. Zij zijn op dit gebied niet onderscheidend. Alle tracés lopen nabij Bergen op Zoom door een grondwaterbeschermingsgebied. De tracés zijn in dit gebied nagenoeg even lang waardoor dit niet onderscheidend is.

(Net)techniek

Op het gebied van de leveringszekerheid zijn de alternatieven volledig gelijkwaardig. Er komen in beide varianten geen specifieke situaties voor met positieve of negatieve gevolgen voor de leveringszekerheid. Bij beide varianten zijn mogelijk kruisingen met gebouwen. Door maatregelen worden deze effecten gemitigeerd en is de leveringszekerheid voor alle varianten niet onderscheidend. Deze beoordeling is niet afhankelijk van de locatie van het opstijgpunt.

Voor Geel en Groen gelden geen specifieke omstandigheden die de technische complexiteit in de aanlegfase beïnvloeden. De locatie van het opstijgpunt heeft weinig invloed op de omvang van de tijdelijke verbinding. De beoordeling is niet afhankelijk van de locatie van het opstijgpunt.

Op het gebied van beheer en onderhoud hebben de tracé varianten geen onderscheidende effecten ten aanzien van betrouwbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en levensduur. De locatie van het opstijgpunt is hierbij niet van belang.

De raakvlakken van de varianten met objecten van derden zijn onderling gelijkwaardig. De cumulatieve effecten van de varianten in de verschillende uitvoeringsgebieden op lange infrastructuren van derden zoals buisleidingen moeten echter nog bepaald worden. De extra invloed van elke variant hierop is naar verwachting verwaarloosbaar. De locatie van het opstijgpunt heeft verder geen invloed op dit resultaat.

Investeringskosten

De investeringskosten van variant Geel en variant Groen zijn niet onderscheidend.

Omgevingsproces

Bij het vaststellen van het voorgenomen tracé is gevraagd of de verbinding vanwege het toepassen van verlaagde masten dichter op de buisleidingenstraat zou kunnen worden aangelegd zodat er minder effect is op de aanwezige natuur. Er was in eerste instantie uitgegaan dat de valafstand van de masten ten opzichte van de buisleidingenstraat maatgevend is. In de uitwerking is met de beheerder van de buisleidingenstraat onderzocht wat de minimale afstand moet zijn tussen de verbinding en de buisleidingenstraat: dit is 55 meter. Deze afstand is onafhankelijk van de masthoogte.

In het werkatelier zijn twee varianten (Variant Blauw en Bruin) besproken die strakker bundelen met de buisleidingenstraat, zodat mogelijk de effecten op bos worden verkleind en de afstand tot een aantal woningen wordt vergroot. Deze varianten bundelen vanaf het opstijgpunt strakker met de buisleidingenstraat tot de minimaal benodigde afstand tot deze buisleidingenstraat. Het gevolg is dat er een tijdelijke verbinding voor de 150 kV-verbinding nodig is. In de uitwerking is gebleken dat de ligging dichter op de buisleidingenstraat een beperkt positief effect heeft op de natuur. De technische complexiteit en de extra kosten voor de tijdelijke 150 kV-verbinding zijn dermate hoog dat beide varianten niet verder worden meegenomen in het besluitvormingsproces. Dit is besproken in het werkatelier.

Er is naar aanleiding van het werkatelier onderzocht of de nieuwe verbinding aan de oostzijde van de buisleidingenstraat kan komen te liggen, omdat de verwachting was dat dit tot minder natuureffecten zou leiden dan een ligging aan de westzijde. Onderzoek uit 2012 gaf aan dat een ligging aan de oostzijde leidt tot negatieve effecten op natuur waardoor deze variant niet of moeilijk vergunbaar zou zijn. Bij de actualisatie van dit onderzoek in 2018 waarbij ook een veldonderzoek heeft plaatsgevonden is geconstateerd dat een variant aan de oostzijde mogelijk wel vergunbaar is, net als de westzijde. Daarom is deze variant ook meegenomen. Deze conclusie is besproken met de direct betrokkenen van zowel variant Geel (westzijde buisleidingenstraat) als variant Groen (oostzijde buisleidingenstraat).

Het beeld naar aanleiding van het omgevingsproces:

  • Beide varianten zijn naar verwachting vergunbaar. Variant Geel leidt uitsluitend tot effecten aan de westzijde. Variant Oost leidt tot effecten aan beide zijden van de buisleidingenstraat.
  • Door de knikken die bij variant Groen nodig zijn om de buisleidingenstraat te kruisen (in het noordelijk deel van het uitwerkingsgebied) heeft deze variant een grotere landschappelijke impact dan variant Geel.
  • Vanwege de vliegfunnel worden verlaagde masten toegepast. Er is bij variant Groen een ontheffing nodig van defensie om standaardmasten in plaats van verlaagde masten toe te passen om een agrarisch bedrijf te kunnen passeren.
  • De gevoelige bestemmingen bij variant Geel (westzijde) hebben rekening gehouden met een variant aan de westzijde. De nieuwe variant aan de oostzijde leidt tot extra onzekerheid.
  • De nieuwe gevoelige bestemmingen en direct betrokkenen bij variant Groen (oostzijde) hebben een voorkeur voor een ligging aan de westzijde, variant Geel.
  • De tracévariant aan de westzijde passeert recreatiewoningen. Hun voorkeur gaat uit naar de tracévariant aan de oostzijde.
  • De tracévariant aan de oostzijde passeert het te ontwikkelen (al vergunde) recreatieterrein. Dit beperkt de ontwikkelmogelijkheden.
  • Natuurorganisatie Brabants Landschap heeft een voorkeur voor de tracévariant aan de oostzijde. Bij een keuze voor de tracévariant aan de westzijde vragen zij om maximale inzet om schade aan natuur te voorkomen en te compenseren. Dit moet gezamenlijk verder uitgewerkt worden voor de aanlegfase en de definitieve situatie.
  • De varianten Geel en Groen zijn gekoppeld aan bepaalde locaties van het opstijgpunt. Zie voor een beschrijving van deze effecten de Integrale effectbeschrijving van het uitwerkingsgebied Brabantse Wal.

Voor een uitgebreidere weergave van het omgevingsproces, zijn de verslagen van dit proces in te zien.

Vergelijking effecten varianten Bergen op Zoom

In onderstaande tabel is een samenvatting van de effecten weergeven. Wanneer de effecten van de varianten niet onderscheidend zijn, zijn deze grijs gemarkeerd. Positievere effecten zijn groen gemarkeerd; negatievere effecten zijn rood gemarkeerd. Voor leefomgevingskwaliteit is het aantal gevoelige bestemmingen weergegeven. Voor het omgevingsproces is de eindconclusie opgenomen.

De beoordeling van de effecten van de opstijgpunten vindt plaats in het uitwerkingsgebied Brabantse Wal.

Niet realistische varianten

In het uitwerkingsproces zijn varianten afgevallen die om verschillende redenen niet realistisch bleken te zijn. In dit uitwerkingsgebied zijn dit de varianten Blauw en Bruin.

variant Blauw

In de uitwerking van het tracé is een variant ontwikkeld waarbij de verbinding vanaf het opstijgpunt strakker bundelt met de buisleidingstraat. Deze variant volgt grotendeels het zelfde tracé als variant paars, maar bundelt op de vereiste 55 meter van de buisleidingenstraat. Hierdoor is de afstand tot gevoelige bestemmingen groter dan bij variant Geel. Deze variant ligt op minder dan 50 meter afstand van de 150 kV-verbinding. Om toch veilig te kunnen werken is daarom een tijdelijke verbinding nodig van de 150 kV-verbinding.

In de uitwerking is uit onderzoek gebleken dat de ligging dichter op de buisleidingenstraat een beperkt positief effect heeft op de natuur. De technische complexiteit en de extra kosten voor de tijdelijke 150 kV-verbinding zijn dermate hoog dat deze variant niet verder wordt meegenomen in het besluitvormingsproces.

variant Bruin

Variant Bruin is een combinatie van variant Geel en Blauw. In het eerste deel komt variant Bruin overeen met variant Geel (het tracé van het voorgenomen tracé). Vanaf het punt waar de verbinding een lichte knik maakt bundelt de verbinding strakker met de buisleidingenstraat (overeenkomstig met variant Blauw). Vanaf hier bundelt het tracé op de vereiste 55 meter van de buisleidingenstraat. Deze variant ligt voor een gedeelte op minder dan 50 meter afstand van de 150 kV-verbinding. Om toch veilig te kunnen werken is daarom een tijdelijke verbinding nodig van de 150 kV-verbinding.

In de uitwerking is uit onderzoek gebleken dat de ligging dichter op de buisleidingenstraat een beperkt positief effect heeft op de natuur. De technische complexiteit en de extra kosten voor de tijdelijke 150 kV-verbinding zijn dermate hoog dat deze variant niet verder wordt meegenomen in het besluitvormingsproces.