Uitwerkingsgebied 11

380 kV-station Tilburg

De nieuwe 380 kV-verbinding wordt in Tilburg op de landelijke ring van 380 kV-verbindingen aangesloten. Hiervoor moet een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation worden gebouwd. Op het station wordt niet alleen de nieuwe 380 kV-verbinding aangesloten, maar ook de bestaande 380 kV-verbinding Geertruidenberg-Eindhoven en de 150 kV-transformatorkabels naar 150 kV-station Tilburg Noord.

Het zoekgebied voor dit station ligt op locatie Spinder, ten noorden van Tilburg. Spinder ligt ten westen van de N261 in een gebied met een waterzuiveringsinstallatie en een effluentvijver van Waterschap De Dommel, een actieve afvalstortplaats en afvalenergiecentrale, en - in de toekomst - windturbines. Dichtbij ligt het recreatiegebied Blauwe Meer. Een gedeelte van het bosgebied direct ten noorden van locatie Spinder maakt deel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Er wordt gewerkt aan landschapsplan Pauwels en een zogenaamd recroduct. De opgave is om de geplande ontwikkelingen zó in te passen dat zij samen meerwaarde creëren voor dit gebied. Er zijn twee locatievarianten voor dit station ontwikkeld.

Uitgangspunten voor de locaties:

  • Een haakse ligging ten opzichte van de hoogspanningsverbindingen;
  • Een station kan niet onder een in gebruik zijnde 380 kV-verbinding worden gebouwd
  • Geen 380 kV-kruising;
  • Alle benoemde raakvlakken met en opgave van bestaande situaties en geplande ontwikkelingen.

variant A

Variant A ligt gedeeltelijk op het noordwestelijke deel van de effluentvijver. De effluentvijver en waterberging dient hiervoor gecompenseerd te worden. Deze variant interfereert niet met de vergunde windturbines. Bij aanleg van het station moeten recreatieve (fiets)paden worden omgelegd en er dient natuur te worden gecompenseerd.

N.B. De hoogspanningslijn en mastposities zijn indicatief weergegeven en zullen nog wijzigen.

variant B

Variant B ligt meer oostelijk dan variant A. Deze variant ligt voor een groter deel van zijn oppervlakte op de effluentvijver. De effluentvijver en waterberging dienen hiervoor gecompenseerd te worden. Variant B interfereert met een vergunde en binnenkort te realiseren windturbine. Dit betekent dat bij variant B de windturbine niet meer op deze locatie gerealiseerd kan worden. Ook bij aanleg van variant B moeten recreatieve (fiets)paden worden omgelegd en moet natuur worden gecompenseerd.

N.B. De hoogspanningslijn en mastposities zijn indicatief weergegeven en zullen nog wijzigen.

Effectbeschrijving

Leefomgevingskwaliteit

Er wordt een geluidscontour rondom het station aangewezen vanwege transformatoren (transformatorstations met een buiten opgesteld vermogen van meer dan 200 MvA worden gezien als een geluidsbron). Gelet op het buiten op te stellen vermogen (500 MvA) valt de inrichting onder categorie C4 waarvoor een richtafstand van 300 meter geldt. Binnen deze zone van 300 meter liggen voor beide locaties geen woningen. De dichtstbijzijnde woning ligt op circa 600 meter van de locaties. Vanwege deze grote afstand tot de dichtstbijzijnde woning is er ook geen sprake van gevoelige bestemmingen nabij het station (N.B. het beleidsadvies magneetvelden van de rijksoverheid is overigens niet van toepassing op stations).

Landschap

Het nieuwe hoogspanningsstation wordt in beide varianten zichtbaar vanaf de provinciale weg N261. Variant A is minder zichtbaar dan variant B. Beide varianten vergen aanpassingen aan het huidige hoogspanningsnet om dit aan te sluiten op het station. De lengte van de hoogspanningsverbindingen is bij Variant B langer dan bij Variant A wat leidt tot een onrustiger beeld en grotere visuele complexiteit. Ondanks de verschillen in het aantal masten en de lengte van de aansluiting van de hoogspanningskabels op het station, zijn de verschillen in de effecten tussen de varianten beperkt.

Het nieuwe hoogspanningsstation gaat in zekere mate op in het industriële karakter van het gebied met de afvalverwerkingsfabriek, stortplaats en rioolzuivering. Door de vorm, oriëntatie en hoogte van het station neemt de invloed van industriële elementen in het landschapsbeeld verder toe en vormt het een sterk contrast met het aangrenzende bosgebied. Variant A ligt deels in de restanten van het

heideontginningslandschap en deels in de effluentvijver van de waterzuivering. Variant B ligt verder naar het zuiden en grotendeels in de effluentvijver van de waterzuivering. Ter plaatste van het station liggen met uitzondering van de historische lijnstructuren geen specifieke landschapselementen die door het station worden beïnvloed. Variant A tast het Spinderspad aan, Variant B de Cirkelbaan. De effecten van beide locaties op de gebiedskarakteristiek zijn al met al niet onderscheidend.

Natuur

Beide varianten liggen op minimaal 2,5 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen. Er worden van beide varianten geen significante effecten op dit Natura 2000-gebied verwacht.

Beide varianten liggen deels in een NNB-gebied. Variant A ligt voor een groter deel in het NNB-gebied dan variant B. Voor de inrichting van de verbindingszone tussen Huis ter Heide en De Brand geldt dat de belangrijkste doelsoort de boomkikker is. Voor deze boomkikker, en andere grondgebonden soorten, stopt hun doorgang wanneer er gaten zijn in de ecologische verbindingszone door ongeschikt leefgebied of verstoring. Ook reeën en dassen behoren tot de doelsoorten.

Bij variant A is de beschikbare ruimte voor de ecologische verbinding beperkter.

Archeologie

De varianten liggen in een zone met zowel een lage verwachting, een onbekende verwachting, en een gebied dat reeds verstoord is. Variant B ligt voor een groter deel in een zone met bodemverstoringen. De varianten leiden niet tot effecten op archeologische waarden, zij zijn op dit gebied niet onderscheidend.

Bodem en Water

De aanleg van het 380 kV-hoogspanningsstation op locatie Spinder vindt deels plaats op de effluentvijver. Deze effluentvijver dient te worden gecompenseerd, alsmede de waterbergingsfunctie. De benodigde aanpassingen aan de effluentvijver en de compensatieopgave is voor variant B groter dan voor variant A. Beide varianten leiden tot een toename van verhard oppervlak dat moet worden gecompenseerd. Variant A scoort licht positiever dan variant B op dit aspect. Voor beide varianten moet rekening worden gehouden met de vervuilde grond in de bestaande effluentvijver en de dijken.

(Net)techniek

De leveringszekerheid van de varianten én het beheer en onderhoud van de varianten is niet onderscheidend. Variant B vergt een langere nieuwe hoogspanningsverbinding en aanpassing van de bestaande verbinding en kent hierdoor een complexere aanleg (meer masten in effluentvijver). Voor variant B is het nodig om de vergunde windturbine niet te realiseren dan wel te verplaatsen. Dit heeft consequenties op de planning en de te volgen procedures. Ook leidt variant B tot meer raakvlakken met aanwezige kabels en leidingen.

Investeringskosten

De investeringskosten voor de aanleg van variant B zijn significant hoger dan voor variant A. Dit komt mede door de aanpassingen aan de effluentvijver en de benodigde compensatie van de buffercapaciteit. Daarnaast is er voor variant B een langere nieuwe hoogspanningsverbinding en aanpassing van de bestaande verbinding nodig. Voor variant B dient er extra lengte van de bestaande verbinding te worden geamoveerd.

Schade

Variant B heeft een negatief effect op kosten door compensatie van gemiste inkomsten en investeringskosten van de windturbine. Dit zijn hoge kosten aangezien er voor de financiering rekening is gehouden met inkomsten vanuit deze vierde windturbine. Wanneer de windturbine toch gerealiseerd moet worden op een andere locatie ontstaan kosten voor een locatieonderzoek, aanpassing vergunningen, financiering en gederfde inkomsten. Variant B scoort zeer negatief op dit onderdeel.

Omgevingsproces

Bij de keuze van het voorgenomen tracé is een zoekgebied voor de locatie Spinder aangegeven. Binnen dit zoekgebied is met de betrokken stakeholders gekeken naar mogelijkheden voor de stationslocatie.

Aan de ene kant heeft het gebied een industrieel karakter door de afvalverwerking, de stortplaats en de rioolzuivering. Aan de andere kant valt het gebied in het te ontwikkelen Landschapspark Pauwels. Landschapspark Pauwels beoogt onder meer een (recreatieve) verbinding te realiseren tussen de stad en natuurgebieden. Dit is beschreven in het Masterplan (2018).

Een van de koersen van het landschapspark Pauwels is het zogenaamde energielandschap. Daarbij is het voornemen om Spinder te ontwikkelen als energiepark waar energie wordt opgewekt gecombineerd met parkachtige elementen. In Landschapsplan Pauwels wordt voorgesteld om het hoogspanningsstation in de huidige effluentvijver te situeren en de voormalige vloeivelden ten oosten van de N261 in te richten als waterzuiveringspark. Een groot deel van de stakeholders is betrokken bij de realisatie van landschapspark Pauwels. Dit vormt een overkoepelend belang waar verschillende functies (natuur, water, landschap, energie, recreatie) onderdeel van uitmaken.

Gezien de bestaande elementen in het gebied zoals de bestaande hoogspanningsverbindingen, de waterzuivering en waterberging, de toekomstige windturbines en de aanwezige natuurwaarden zijn er beperkte mogelijkheden voor de plaatsing van het station, waarbij er zo min mogelijk bestaande elementen worden aangepast. Dit heeft, naast de oppervlakte van het station zelf, ook te maken met de verbindingen die op het station moeten aansluiten.

Uit gezamenlijke werksessies met stakeholders zijn twee varianten ontstaan. Daarnaast zijn door middel van interviews met de stakeholders alle belangen en randvoorwaarden opgehaald. Tijdens een gezamenlijke sessie met de stakeholders zijn de twee varianten voorzien van de effectbeoordeling en hebben de stakeholders voor de betreffende locaties randvoorwaarden meegegeven. Het belang om de windturbines in huidige vorm te behouden is groot. Het vervallen van een windturbine leidt tot grote onzekerheid over de realisatie van het gehele windpark Spinder. Ook het zo min mogelijk aantasten van natuur en landschap en de realisatie van een ecologische verbinding is van groot belang in dit gebied. Verder is er een opgave voor extra waterbergingscapaciteit in het gebied. Door het realiseren van een station ontstaat daarnaast een compensatieopgave. Er wordt gekeken naar uitbreidings- en compensatiemogelijkheden ten oosten van de N261. De rijksweg is een entree naar de gemeente Tilburg en daardoor speelt zichtbaarheid ook een relevant belang bij de inpassing van het station.

Alles overziend is er vanuit de meeste stakeholders een voorkeur voor variant A.

In aanloop naar het bestuurlijk overleg van 27 februari 2018 vraagt Natuurmonumenten in een brief aan de bestuurders van de Provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg en Loon op Zand maximale inzet om de schade aan natuur te voorkomen en te compenseren. Hierbij gaat de voorkeur van Natuurmonumenten uit naar de meest oostelijke variant (variant B). Bij keuze voor variant A vraagt Natuurmonumenten om een aantal compenserende maatregelen.

Vergelijking effecten varianten 380 kV-station Tilburg

In onderstaande tabel is een samenvatting van de effecten weergeven. Wanneer de effecten van de varianten ten opzichte van elkaar niet onderscheidend zijn, zijn deze grijs gemarkeerd. Positievere effecten zijn groen gemarkeerd; negatievere effecten zijn rood gemarkeerd. Voor leefomgevingskwaliteit is het aantal gevoelige bestemmingen weergegeven.