Uitwerkingsgebied 1

Rilland-Markiezaat

Het tracé van het voorgenomen tracé in het deelgebied Rilland-Markiezaat loopt vanaf het nieuwe 380 kV-hoogspanningsstation Rilland naar het oosten. Daarna kruist deze het Spuikanaal en het Schelde-Rijnkanaal en loopt dan langs de A58 in de richting van Knooppunt Markiezaat. Daar komt een opstijgpunt; vanaf dat punt komt de nieuwe verbinding op de Brabantse Wal ondergronds te liggen.

Bij de uitwerking van het VKA is de kruising van het Spuikanaal en het Schelde-Rijnkanaal onderzocht. Om de scheepvaart niet te hinderen moeten er aan weerszijden van het Schelde-Rijnkanaal extra hoge masten geplaatst worden. Vanwege de hoogte worden deze uitgevoerd als vakwerkmasten. De hoek waarmee de verbinding de vaarweg kruist heeft invloed op de zichtbaarheid van de verbinding voor de scheepvaart. In het VKA is gekozen voor een haakse kruising vanuit de veronderstelling dat dit het beste voldoet aan de eisen die Rijkswaterstaat stelt voor het kruisen van vaarwegen. Bij een haakse kruising is een complexe verhoogde hoekmast nodig om voldoende afstand tussen het tracé en windturbines aan te kunnen houden. In de uitwerking bleek een kruising onder een beperkte hoek ook te voldoen aan de eisen Door bij de uitwerking uit te gaan van een beperkte hoek komt de verbinding na de kanaalkruising noordelijker te liggen. Hierdoor is geen complexe mast nodig en kan het tracé op grotere afstand van de woningen in Völckerdorp komen te staan. Een tracé op grotere afstand van Völckerdorp was ook een verzoek vanuit de bewoners. Dit is uitgewerkt in drie varianten:

  • Variant Donkerblauw;
  • Variant Geel;
  • Variant Bruin.

Het tracé van het voorgenomen tracé is niet verder uitgewerkt.

variant Donkerblauw

Het tracé van variant Donkerblauw loopt vanaf het 380 kV-hoogspanningsstation in Rilland in noordoostelijke richting en kruist het Spuikanaal en het Schelde-Rijnkanaal met een schuine hoek. In verband met de doorvaarthoogte voor de scheepvaart wordt de kruising met verhoogde masten uitgevoerd. Vanwege de benodigde hoogte worden deze in vakwerk uitgevoerd. Het tracé loopt dan in noordoostelijke richting, kruist de huidige 150 kV-verbinding en maakt dan een flauwe knik. Doordat de nieuwe verbinding de 150 kV-verbinding kruist ter plaatse van een verhoogde mast, is een complexe tijdelijke verbinding nodig (kabeltracé onder het kanaal door naar het 150 kV-station). Vanaf dat punt loopt de verbinding parallel aan de A58. De verbinding loopt over een parkeerplaats en vlak langs een zendmast.

De verbinding komt op een afstand van ongeveer 80 meter ten noorden van de huidige 150 kV-verbinding te staan en op een afstand van circa 165 meter van Völckerdorp. De 150 kV-verbinding wordt na de realisatie van de 380 kV-verbinding verwijderd en gecombineerd met de 380 kV-verbinding. Hiermee wordt invulling gegeven aan het verzoek van inwoners van Völckerdorp om de verbinding op ruime afstand van het dorp te plaatsen.

Ten zuidwesten van het knooppunt Markiezaat maakt het tracé een knik in zuidoostelijke richting en kruist de huidige 150 kV-verbinding opnieuw. Ten zuidoosten van het knooppunt Markiezaat is het opstijgpunt voorzien vanwaar de verbinding over enkele kilometers ondergronds komt te liggen.

variant Geel

Omdat variant Donkerblauw een technisch complexe kruising met de 150 kV-verbinding heeft, is variant Geel ontwikkeld. Het tracé van variant Geel lijkt op het tracé van variant Donkerblauw, maar kruist de 150 kV-verbinding oostelijker (niet ter hoogte van de verhoogde mast). Er is wel een tijdelijke verbinding nodig, maar deze is veel minder complex. Om de passage over de parkeerplaats en de daarop aanwezige zendmast te voorkomen en de effecten op de beplanting te minimaliseren, bundelt het tracé van variant Geel op grotere afstand met de A58.

De verbinding komt op een afstand van ongeveer 50 meter ten noorden van de huidige 150 kV-verbinding en een afstand van circa 130 meter van Völckerdorp te liggen. Hiermee ligt variant Geel weliswaar dichterbij Völckerdorp dan variant Donkerblauw, maar wel op grotere afstand dan aanvankelijk was voorzien. Ten zuidwesten van het knooppunt Markiezaat maakt het tracé een knik in zuidoostelijke richting en kruist de huidige 150 kV-verbinding opnieuw. Ten zuidoosten van het knooppunt Markiezaat is het opstijgpunt voorzien vanwaar de verbinding over enkele kilometers ondergronds komt te liggen.

variant Bruin

Zowel het tracé van variant Donkerblauw als van variant Geel hebben twee duidelijke knikken. Daarnaast heeft variant Donkerblauw een complexe tijdelijke verbinding tot gevolg en leidt variant Geel tot een beperkte extra afstand tot Völckerdorp. Daarom is variant Bruin ontwikkeld. Variant Bruin heeft één knik in het tracé, kruist de 150 kV-verbinding op een andere locatie, houdt meer afstand tot de zendmast en staat op grotere afstand van Völckerdorp (circa 170 meter).

Het tracé van variant Bruin loopt vanaf station Rilland naar het oosten en kruist het Spuikanaal en het Schelde-Rijn kanaal met een iets flauwere hoek dan de andere varianten. Het tracé loopt in de richting van de parkeerplaats langs de A58. Vlak hiervoor knikt het tracé in oostelijke richting. Vanaf hier gaat de verbinding in één rechtstand net ten zuiden langs de parkeerplaats naar het opstijgpunt aan de zuidoostzijde van het knooppunt Markiezaat vanwaar de verbinding over enkele kilometers ondergronds komt te liggen.

Effectbeschrijving

Hieronder worden de effecten van de varianten Donkerblauw, Geel en Bruin beschreven.

Leefomgevingskwaliteit (gevoelige bestemmingen)

Geen van de varianten leiden tot gevoelige bestemmingen. De varianten zijn op het gebied van leefomgevingskwaliteit daarom niet onderscheidend.

Landschap

Variant Donkerblauw knikt vanaf de mast direct ten westen van station Rilland het Schelde-Rijnkanaal in één rechtstand naar de A58 en bundelt daarmee over redelijke lengte. Aan de oostzijde maakt het tracé een knik naar het opstijgpunt. Het is een gestrekt tracé dat een rustig beeld oplevert. De knik naar het opstijgpunt is scherp en is een forse afwijking van het verder gestrekte tracé. De kwaliteit van het tracé van variant Geel is nagenoeg gelijk aan dat van variant Donkerblauw. Variant Bruin is een eenvoudig tracé dat met slechts één knik en twee lange rechtstanden Völckerdorp op enige afstand passeert. Variant Bruin scoort significant beter dan beide andere varianten.

In de omgeving zijn geen landschappelijk belangrijke structuren en objecten aanwezig. Er zijn daarom geen effecten op de samenhang van specifieke structuren en objecten met hun omgeving. Variant Donkerblauw beschadigt de beplanting die aanwezig is op de parkeerplaats. Deze schade zal gecompenseerd moeten worden.

Natuur

Er liggen geen varianten in een Natura 2000-gebied of een NNN-gebied. Nabij de varianten ligt het Natura 2000-gebied Markiezaat. Geen van de varianten heeft een groter of een kleiner effect op dit gebied. De varianten verschillen daarmee niet in hun externe werking op dit gebied. Er zijn op basis van bureaustudies geen beschermde vogels, vleermuizen en zoogdieren aangetroffen nabij dit tracédeel. De effecten van de varianten op natuur zijn daarom niet onderscheidend.

Archeologie

De tracés van de varianten verschillen beperkt. Zij lopen door een gebied met een afwisselende middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit leidt niet tot onderscheidende effecten.

Bodem en Water

De tracés van de varianten verschillen beperkt. De varianten lopen door gebieden die niet verdacht zijn op bodemverontreiniging. De varianten Donkerblauw en Bruin raken een perceel dat in het verleden onderzocht en gesaneerd is. Dit leidt echter niet tot een onderscheidend effect.

(Net)techniek

De varianten verschillen nauwelijks op het gebied van leveringszekerheid. De kruisingen met het Schelde-Rijnkanaal en het knooppunt Markiezaat zijn gelijkwaardig, net als de keuze voor de 150 kV- en 380/150 kV-opstijgpunten. Het negatieve effect door de nabijheid van de parkeerplaats langs de A58 in variant Donkerblauw is verwaarloosbaar. Het effect van de windturbines is voor alle varianten toelaatbaar. De tracés hebben verder geen beperkende effecten voor de leveringszekerheid.

Variant Donkerblauw is technisch complexer om aan te leggen dan beide andere varianten. Deze variant kruist de 150 kV-hoogspanningsverbinding ter plaatse van een verhoogde mast. Omdat deze mast niet verplaatst kan worden is een boring van de 150 kV-verbinding noodzakelijk. Hierdoor zijn er extra eisen voor het vrij schakelen van 150 kV circuits, komen veiligheidsvragen op en kunnen bouwbelemmeringen ontstaan. Dit is niet aan de orde bij de varianten Geel en Bruin.

Het beheer en onderhoud van de varianten is niet onderscheidend. Het beheer en onderhoud van de varianten is gelijkwaardig aan reguliere hoogspanningslijnen met Wintrack masten (en de twee verhoogde vakwerkmasten bij de kruising van het Schelde-Rijnkanaal). De varianten verschillen niet ten aanzien van bereikbaarheid, levensduur en betrouwbaarheid en het onderscheid ten aanzien van veiligheid is verwaarloosbaar.

De raakvlakken van de varianten op objecten van derden, zoals Rijkswaterstaat, ProRail, eigenaren van buisleidingen, zijn bijna gelijk. Variant Donkerblauw vergt de nodige aanpassingen: er moet een zendmast voor mobiele telefonie worden verplaatst en er zijn maatregelen nodig aan lichtmasten. Deze variant scoort hierdoor minder dan de andere varianten.

Investeringskosten

De kosten van de varianten Geel en Bruin zijn niet significant onderscheidend. Variant Donkerblauw is significant duurder, aangezien de aanleg van deze variant complexer is en de zendmast verplaatst moet worden.

Omgevingsproces

Er hebben twee werkateliers met de belanghebbenden plaatsgevonden en meerdere bilaterale overleggen waarin het Voorkeursalternatief met betrokkenen in dit gebied is uitgewerkt. De opgave was om de kruising met het Schelde-Rijnkanaal te optimaliseren en de afstand tot Völckerdorp te vergroten.

Bij de nadere uitwerking bleek er samenhang te zijn in de oplossing voor de opgave: door een geoptimaliseerde kruising met een beperkte hoek ontstaat meer afstand tot Völckerdorp en meer afstand tot de aanwezige windturbines. Er zijn in de werkateliers drie realistische varianten ontwikkeld die alle drie voldoen aan de opgave maar verschillen in de effecten.

In de effectenanalyse scoort variant Bruin het meest positief. De analyse is besproken in de werkateliers en werd onderschreven door de deelnemers. Er is een voorkeur uitgesproken voor variant Bruin, vanwege de afstand tot Völckerdorp en het minimaliseren van het aantal knikken.

Voor een uitgebreidere weergave van het omgevingsproces, zijn de verslagen van dit proces in te zien.

Vergelijking effecten varianten Rilland-Markiezaat

In onderstaande tabel is een samenvatting van de effecten weergegeven. Wanneer de effecten van de varianten niet onderscheidend zijn, zijn deze grijs gemarkeerd. Positievere effecten zijn groen gemarkeerd; negatievere effecten zijn rood gemarkeerd. Voor het omgevingsproces is de eindconclusie opgenomen.

Niet realistische varianten

In het uitwerkingsproces zijn varianten afgevallen die om verschillende redenen niet realistisch bleken te zijn. In dit uitwerkingsgebied is dat de variant Lichtblauw.

In het eerste werkatelier is gevraagd een variant uit te werken ten noorden van de A58. Dit is variant Lichtblauw. In het werkatelier zijn de effecten hiervan besproken. Het gesprek richtte zich op de duidelijke knikken in het tracé en de kruisingen met de A58 en het spoor. Hoewel variant Lichtblauw op de grootste afstand van Völckerdorp ligt en door de bewoners als wenselijke variant werd gezien, is vastgesteld dat deze niet voldoet aan het beleid van de gemeente en Rijkswaterstaat. Er is gezamenlijk geconcludeerd dat deze variant om die reden niet realistisch is. Deze variant is daarom niet opgenomen in de effectbeschrijving en de effectvergelijking en wordt niet meegenomen in het verdere besluitvormingsproces.