Op weg naar een vastgesteld tracé!

In juli 2017 heeft de minister van Economische Zaken het advies van de samenwerkende overheden over de meest gedragen variant overgenomen en het voorgenomen tracé gekozen. We hebben vanaf september 2017 meerdere werkateliers met gemeenten, bewoners en belanghebbenden georganiseerd. Samen hebben we het voorgenomen tracé verder uitgewerkt. In diverse ambtelijke en bestuurlijke overlegmomenten zijn de ontwikkelingen afgestemd.

Beslissing

William Hartman, projectleider Zuid-West 380 kV Oost TenneT: "Onder het motto 'op weg naar een vastgesteld tracé’ zijn alle tracévarianten en hun effecten beschreven in dit projectboek dat wordt voorgelegd aan de minister. De minister maakt voor de zomer van 2019 een keuze uit de verschillende varianten. In juni 2019 beginnen we dan met veldonderzoeken. We vragen toestemming aan de grondeigenaren om bodemonderzoeken te doen en gaan met hen in gesprek over de posities van de tussenmasten en de ondergrondse 150 kV-verbindingen naar de 150 kV-stations. De ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maken, samen met TenneT, het Rijksinpassingsplan. Dat regelt voor dit project van nationaal belang een aanpassing van de betreffende bestemmingsplannen."

Nauw contact

Sander van Sluis, projectleider ruimtelijke inpassing Zuid-West 380 kV Oost bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat: “De samenwerkende overheden hebben op een constructieve manier bijgedragen aan de totstandkoming van het voorgenomen tracé. Ik heb er vertrouwen in dat we deze goede samenwerking kunnen voortzetten als we toewerken naar een Rijksinpassingsplan. Belangrijk hierbij is dat we gedurende het hele proces in nauw contact met elkaar staan. De samenwerkende overheden zullen de ministers adviseren bij het maken van een keuze uit de verschillende varianten voor de uitwerking van het voorgenomen tracé. De minister zal de samenwerkende overheden vragen om in dat advies in te gaan op de effecten van de verschillende varianten op milieu, techniek, kosten en de omgeving.”

Best haalbare

De samenwerkende overheden bestaan uit 18 gemeenten, twee provincies en de waterschappen. “Wij richten ons op het tracé tussen Rilland en Tilburg, het zogenoemde project Zuid-West 380 kV Oost. Wij streven naar een inpassing die voor onze inwoners, ondernemers en gebruikers en het landschap over het hele tracé zo min mogelijk belastend en verstorend is”, aldus Bea van Beers, bestuurlijk voorzitter namens de samenwerkende overheden en wethouder in Dongen.

Uitlegbaar

“Ook denken we, daar waar mogelijk, mee met het ministerie en TenneT hóe het proces goed en zorgvuldig kan worden doorlopen. Wij kijken daarom kritisch mee in het belang van onze inwoners en ons grondgebied. Het advies dat wij aan de minister geven moet in elke gemeente uitlegbaar zijn”, vult Albert Reijlink aan. Hij is technisch voorzitter binnen de samenwerkende overheden. Uiteindelijk beslist de minister waar het tracé komt.

Nieuwe verbinding wordt uitgevoerd met wintrackmasten

Voor de nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn tussen Rilland en Tilburg wordt de wintrackmast als hoofdontwerp gebruikt, net als bij andere nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbindingen.

Het is aan TenneT als initiatiefnemer om een voorstel te doen voor een goede ruimtelijke inpassing en het masttype. Dit voorstel wordt beoordeeld door het ministerie van Economische zaken en Klimaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties bij het vaststellen van het inpassingsplan. In 2010 heeft het College van Rijksadviseurs bepleit de wintrackmast consequent voor álle nieuwe hoogspanningsverbindingen in te voeren. Deze keuze is ook van toepassing op het traject Zuid-West 380 kV Oost.