Welke vragen krijgen we…

In de gesprekken die we de afgelopen maanden hebben gevoerd met betrokken gemeenten, deelnemers in de werkateliers en andere partijen spelen vanzelfsprekend veel lokale onderwerpen een belangrijke rol. We voeren ook gesprekken over de technische (on)mogelijkheden om de verbinding te traceren en de effecten daarvan. Dit komt ook aan de orde tijdens de werkateliers. Hieronder beschrijven we een aantal onderwerpen waar we veel vragen over krijgen.

Bouwen op de hartlijn van de 150 kV-hoogspanningslijn

Op veel plaatsen wordt de 150 kV-hoogspanningsverbinding gecombineerd met de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding. Dat betekent dat de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding wordt verwijderd en in de nieuwe masten van de 380 kV-hoogspanningsverbinding wordt gehangen. Op sommige locaties speelt de vraag of het tracé van de nieuwe hoogspanningsverbinding op of heel dicht bij het tracé van de te verwijderen 150 kV-hoogspanningsverbinding geplaatst kan worden. Dit kan leiden tot een betere ligging van de nieuwe hoogspanningsverbinding. Dit leidt onder andere tot complicaties bij de bouw van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding. Dat komt omdat de 150 kV-hoogspanningsverbinding in bedrijf moet blijven. Er moet daarom een veilige werkafstand worden aangehouden tussen de 150 kV-hoogspanningsverbinding en de te bouwen 380 kV-hoogspanningsverbinding. Een oplossing hiervoor is het tijdelijk verleggen van de 150 kV-hoogspanningsverbinding, zodat er een grotere afstand tot de bouwactiviteit is. De tijdelijke hoogspanningsverbinding bestaat uit tijdelijke masten die met tuien worden gespannen. De tijdelijke hoogspanningsverbindingen kunnen er soms een aantal jaar staan. Voor zo'n tijdelijke hoogspanningsverbinding moet er in het landschap ruimte zijn of worden gemaakt. Dit heeft - net als de varianten van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding - effecten op de omgeving, techniek en kosten. Deze worden in beeld gebracht.

Rechtstanden en knikken in het tracé

We proberen het tracé zo te ontwerpen dat er lange rechte stukken, ofwel rechtstanden ontstaan, maar knikken in het tracé zijn natuurlijk niet te voorkomen. Als we bundelen met een bestaande hoogspanningsverbindingen knikt de nieuwe hoogspanningsverbinding met de bestaande mee. Op andere plaatsen kunnen ook knikken in de lijn voorkomen, bijvoorbeeld als we iets willen ontwijken, zoals een pand of een windturbine. In de werkateliers is vaak gesproken over wijzigingen in het tracé die soms meer maar soms ook minder knikken tot gevolg hebben.


Knikken hebben lokale effecten. Door de knik kan het tracé voor de een verder weg komen te staan, maar voor de ander juist dichterbij. Bij een knik, hoe klein dan ook, is altijd een hoekmast noodzakelijk. Deze is dikker dan een ‘gewone’ mast en de ophanging van de geleiders valt meer op. Knikken hebben ook effect op grotere afstand. Een knik betekent een richtingsverandering van het tracé en maakt vaak een stuk verder op ook een of meer knikken noodzakelijk. Een knik, dus een richtingsverandering en zeker meer knikken op korte afstand van elkaar, geeft vaak op grote afstand in het landschap een rommelig beeld.

Afstand tot andere infrastructuur

Bij het ontwerp van het tracé van de nieuwe hoogspanningsverbinding is het streven te bundelen met andere grote infrastructuur, zoals hoogspanningslijnen, wegen, of de buisleidingenstraat. Er moet dan wel onderzocht worden op welke afstand er gebundeld kan worden. Een belangrijk onderwerp hierbij is veiligheid. Bij het bundelen van de nieuwe hoogspanningsverbinding met een andere wordt gekeken hoe dicht de nieuwe hoogspanningsverbinding bij de bestaande hoogspanningsverbinding gebouwd kan worden. Hierbij wordt het risico bekeken dat één van de twee hoogspanningsverbindingen mogelijk beschadigd raakt als de andere hoogspanningsverbinding omvalt. De kans hierop is weliswaar zeer klein, maar het gevolg zou groot zijn. Dit risico voorkom je door de twee hoogspanningsverbindingen op voldoende afstand van elkaar te plaatsen. Deze afstand wordt de valafstand genoemd en wordt per locatie bepaald.

Windturbines

In het kader van de energietransitie is er een opgave voor windenergie en worden er nieuwe windturbines gebouwd. Sommige windturbines staan, of komen dicht bij de nieuwe hoogspanningsverbinding. Ook hier speelt de veiligheid een rol. Er moet voldoende afstand gehouden worden tussen de windmolens en de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding. Om het risico te beperken dat de nieuwe hoogspanningsverbinding mogelijk beschadigd raakt door de windturbines, houden we rekening met een afstand die afhankelijk is van de hoogte van de windmolen (inclusief de rotorbladen). Het riscico bestaat dat er een rotorblad afbreekt. Ook daar houden we rekening mee. En we houden rekening met effecten van de nieuwe hoogspanningsverbinding op de windturbines.


Magneetvelden en gezondheid

De rijksoverheid is verantwoordelijk voor beleid en regelgeving op het gebied van magneetvelden. In Nederland wordt voor de bescherming van de bevolking een referentieniveau van 100 microtesla gehanteerd. Dit  referentieniveau is door de Europese Unie vastgelegd. Dit niveau wordt in Nederland nergens op voor het publiek toegankelijke plaatsen door bovengrondse hoogspanningslijnen overschreden.


Het Nederlandse voorzorgsbeleid voor nieuwe situaties gaat een stap verder. Voor nieuwe situaties adviseert de rijksoverheid aan gemeenten, provincies en beheerders van hoogspanningsnetten om bij bovengrondse hoogspanningslijnen uit voorzorg zoveel mogelijk te voorkomen dat kinderen langdurig verblijven in een magnetische veldsterkte die jaargemiddeld hoger is dan 0,4 microtesla. Dit beleid is leidend voor TenneT. Concreet is het advies om geen woningen, scholen, crèches en kinderdagverblijven te bouwen in de nabijheid van een bestaande hoogspanningslijn en om bij het inpassen van een nieuwe bovengrondse hoogspanningslijn zo veel als redelijkerwijs mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Als deze situaties toch ontstaan is er sprake van gevoelige bestemmingen. Door de hoge bebouwingsdichtheid in Nederland is het vrijwel onmogelijk om een nieuwe hoogspanningsverbinding zo in te passen dat er geen gevoelige bestemmingen ontstaan. Als er gevoelige bestemmingen ontstaan, hanteert TenneT het beleid om deze gevoelige bestemmingen een aanbod tot uitkoop te doen.


Dit voorzorgsbeleid is mede gebaseerd op een advies van de Gezondheidsraad uit 2000. De Gezondheidsraad heeft dit advies dit jaar geactualiseerd. De Gezondheidsraad ziet geen aanleiding dit voorzorgsbeleid voor nieuwe bovengrondse hoogspanningslijnen te heroverwegen. Naar aanleiding hiervan handhaaft de rijksoverheid het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Verder geeft de Gezondheidsraad in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen te verbreden naar andere bronnen in het elektriciteitsdistributiesysteem. Het kabinet gaat de mogelijkheden onderzoeken om daaraan uitwerking te geven.