Van opgave

naar uitwerking

In juli 2017 heeft de minister van Economische Zaken het voorgenomen tracé vastgesteld. Dit komt overeen met het advies van de samenwerkende overheden. Het voorgenomen tracé is nog niet zo gedetailleerd dat het in het Rijksinpassingsplan opgenomen kan worden. Daarom wordt het tracé verder uitgewerkt en onderzocht.

In Projectboek 1 hebben we de opgaven hiervoor in beeld gebracht. Het projectteam van TenneT organiseert nu werkateliers waarin de uitwerking van het tracé met betrokken partijen wordt besproken. Het gaat onder andere om gemeenten, bewoners, provincies, beheerorganisaties, ondernemers, bedrijven en natuurorganisaties. Het projectteam van TenneT is in de ateliers met verschillende deskundigen aanwezig, zoals technici, planologen, landschapsarchitecten, etc.


Het tracé wordt daarna nóg verder uitgewerkt. Zo moeten er exacte mastposities worden bepaald. Hiervoor worden gesprekken gevoerd met grondeigenaren. Het uiteindelijke tracé wordt beschreven in Projectboek 5 en opgenomen in het Voorontwerp Inpassingsplan (voorjaar 2021).

Op dit moment zijn we hard bezig met de uitwerking van het voorgenomen tracé. In de ateliers worden gezamenlijk lokale tracévarianten ontwikkeld. Hierbij nemen we de tot nu toe ingediende varianten mee en kunnen er nieuwe varianten ontstaan. Er wordt daarbij ook gekeken naar de manier waarop varianten aansluiten op andere delen van het tracé. Ook brengt TenneT de effecten van de tracévarianten in beeld. Hierbij wordt gekeken naar de effecten op de leefomgeving, techniek, natuur, landschap en kosten. We doen dit op een vergelijkbare manier als bij de Integrale Effectanalyse die voor het voorgenomen tracé is opgesteld. De resultaten van de onderzoeken worden besproken met de deelnemers van de ateliers. De reacties hierop worden meegenomen in het verdere proces. Dit tweede projectboek beschrijft de stand van zaken van medio 2018. De planning is dat de uitwerking eind 2018 gereed is. De uitgewerkte varianten en hun effecten staan centraal in Projectboek 3.

Dit tweede projectboek beschrijft de stand van zaken van medio 2018.

TenneT maakt geen keuze voor de tracévarianten die worden opgenomen in het definitieve tracé. Dit is voorbehouden aan de minister van Economische Zaken en Klimaat. Alle tracévarianten en hun effecten worden eind 2018 voorgelegd aan de minister. Hij zal de betrokken samenwerkende overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) om advies vragen. Mede op basis van dit advies maakt de minister in het voorjaar van 2019 een keuze. Deze keuze wordt beschreven in Projectboek 4.