Langs de lijn

Over plussen en minnen

René Wink (links)

en Frans van Zijderveld

Het beheer en de beleving van natuur in Nederland is een zaak van Natuurmonumenten. 'Hoe meer natuur, hoe beter', is wat Frans van Zijderveld, provinciaal ambassadeur Zeeland/rentmeester en René Wink, coördinator natuurbeheer drijft. Maar de aanleg van een hoogspanningsverbinding neemt natuur in beslag. Zo wordt een hoogspanningsmast bij Krabbendijke in de Oosterschelde geplaatst. Een cruciale plek voor trekvogels op doorreis naar warmere oorden. René en Frans hebben deze min omgezet naar drie plussen, winst voor de natuur dus.

Smalle strook

Op een hoogspanningsmast in de Oosterschelde zat Natuurmonumenten niet te wachten. Er waren diverse gesprekken nodig om te kijken hoe het natuurverlies gecompenseerd kon worden. Frans: “Wij snappen ook wel dat de smalste strook van Zeeland, bij Krabbendijke, lastig is voor de aanleg van een hoogspanningsverbinding. Maar dat betekent niet dat we zo maar overal 'ja' op zeggen. In tegendeel, we hadden ons beroep voor de Raad van State al klaarliggen. Maar dankzij de goede extra natuurmaatregelen van TenneT is het zo ver niet gekomen."


Salami-effect

René Wink is al dertig jaar werkzaam in het gebied en kent het op z’n duimpje. “Ons doel is dat we er altijd een plus voor de natuur uithalen. De natuur is veilig bij ons, daar vertrouwen onze leden ook op. Iedere ingreep in het landschap, hoe klein ook, heeft een verstorende werking op de natuur." René: “Het ‘salami-effect’ noemen we dat. Als je heel veel kleine ingrepen doet, is dat in tien jaar tijd een grote ingreep. Met als gevolg dat bepaalde vogelsoorten kunnen uitsterven. En daar moeten we voor waken.”


Akkernatuur

“In dit gebied kunnen we door extra natuurmaatregelen drie ‘plussen’ realiseren”, zegt Frans. “Een ervan is investeren in akkernatuur tussen Goes en Kwadendamme. Dit betekent het aankopen van gronden om verbindingszones tussen akkers te creëren. Met de juiste inrichting en beheer profiteren de typische akkervogels zoals de geelgors, patrijs en veldleeuwerik. Soorten die het moeilijk hebben in Nederland.” Vanuit de maatschappij is er steeds meer vraag naar producten die geteeld zijn met respect voor het landschap, ‘natuur-inclusieve landbouw’ noemen we dat.

René: “Wij zetten ons daarvoor in en merken dat boeren ook willen meewerken aan het versterken van de biodiversiteit.”


Zandhonger

In de Oosterschelde speelt ‘zandhonger’ een grote rol in de bedreiging van vogelsoorten. Trekvogels op weg naar overwinterings- of broedplekken strijken neer op een voedselrijke zandplaat, om voldoende te eten en te rusten om de vlucht te kunnen maken. Maar door de Oosterscheldekering is de stroming minder sterk waardoor er geen natuurlijke opbouw meer is van zandplaten. Met name tijdens storm verdwijnt er zand in de naastgelegen geulen. Daardoor wordt de voor de natuur zo belangrijke zandplaat steeds lager en kleiner met alle gevolgen van dien. “En op die plek neemt de hoogspanningsmast dan ook nog eens ruimte in”, vervolgt Frans. “Met het beschikbare geld van TenneT voor de extra natuurmaatregelen kijken we met deskundigen hoe we de natuur in de Oosterschelde een impuls kunnen geven om zo het negatieve effect van de mast om te zetten in een plus voor de natuur.


En als laatste hebben René en Frans, samen met de Zeeuwse Milieufederatie en het Zeeuwse Landschap ervoor gezorgd dat de hoogspanningslijnen op trekroutes uitgevoerd worden met zogenaamde ‘varkenskrullen’. Deze krullen zorgen ervoor dat de vogels minder vaak tegen de lijnen aanvliegen waardoor het aantal vogelslachtoffers daalt. “Drie voor ons belangrijke plussen waar we ons de komende jaren voor in gaan zetten. Deze positieve uitkomst en de extra natuurmaatregelen maakten voor ons dat wij het beroep bij de Raad van State hebben ingetrokken”, besluit Frans.

”Ons doel is dat we er altijd een plus voor de natuur uithalen. De natuur is veilig bij ons, daar vertrouwen onze leden ook op”