”Ingeblikte sardientjes voor de bunzing”

Beschermde diersoorten, ze kunnen een bedreiging vormen voor elk bouwproject. Tenzij je vroegtijdig kijkt wat je kunt doen om ondanks de aanwezigheid van de dieren in de buurt, toch door te kunnen werken. Dat is het werk van ecoloog Roland Jan Buijs.

Zijn naam duikt bij verschillende projecten op. We kennen hem al van de Maasvlakte, waar hij al een tijd bezig is met het broedvrijhouden van de bouwplaats. Nu zien we hem in Zeeland aan het werk. Of het nu gaat om een beschermde plant, een wezel of een vogel, Roland Jan bedenkt voor alles een passende oplossing.

Natuur

De liefde voor de natuur zat er bij Roland Jan al vroeg in. Na een korte carrière als docent in het mbo besloot hij als zelfstandig ecoloog verder te gaan. Van het een kwam het ander, steeds meer aannemers of instellingen weten hem te vinden. Zo ook TenneT bij het project Zuid-West 380 kV West. “Natuur neemt steeds meer een prominente rol in. Niet alleen bij dit soort projecten, ik ben nu ook vaak bezig met ‘natuurinclusieve woningbouw’. Je kijkt dan bijvoorbeeld hoe je in een nieuwe woonwijk rekening kunt houden met de inrichting, om zo de biodiversiteit op peil te houden.”

Steile wand

Datzelfde geldt voor de aanleg van hoogspanningsverbindingen. Je bouwt vaak in een natuurgebied waar je rekening moet houden met beschermde dieren en planten. “Je ziet ook meteen waar het mis kan gaan. De werkzaamheden zijn al eens even stil gelegd, omdat de oeverzwaluw zich nestelde in een steile berg zand. Dat kun je voorkomen. Je kunt op een stukje bouwterrein dat je niet gebruikt zelf een geschikte wand van grond creëren, zodat ze een alternatief hebben. Of je zorgt ervoor dat je voor een lang weekend de gronddepots en taluds afvlakt. Een andere optie is om oranje ‘skinetten’ te bevestigen. Daar houden ze ook niet van en zorgt ervoor dat de oeverzwaluw het bouwterrein links laat liggen.”

Paardenbloemen en vleermuiskasten

Naast de oeverzwaluw heb je ook te maken met vleermuizen. Als je ’s nachts gaat werken, is dat vooral iets om maatregelen voor te nemen. “Bijvoorbeeld door gerichte verlichting of amberkleurig licht te gebruiken. Van de rood-oranje verlichting heeft de vleermuis praktisch geen last, waardoor je door kunt werken en je geen vleermuizen verstoort. Wat we in Zeeland ook doen, is extra vleermuiskasten ophangen. Zo bieden we vleermuizen alternatieve plekken om te verblijven tijdens de bouw."

Bij deze voorbeelden kunnen we ons wel wat voorstellen, maar soms gaat het om een plant waarbij je denkt: ‘Is dat een beschermde soort’? “Een voorbeeld van zo’n plant is ‘glad biggenkruid’. Deze bloem is een zogenaamde composiet, familie van de paardenbloem, en is beschermd. Als je ergens bouwt en de plant moet het veld ruimen, dan graven we de toplaag met het zaad af en verspreiden die ergens anders in het gebied. Zo zorg je dat deze beschermde plant wel in dat gebied aanwezig blijft.”

Sardientjes als onderzoeksmiddel

Een andere maatregel die getroffen is, is het plaatsen van paddenschermen voor de rugstreeppad. “We plaatsten keerschermen, zodat de pad niet zomaar het bouwterrein op kan. Want ook voor dit beestje geldt dat je project wordt stilgelegd zodra hij zijn eieren op de bouwplaats legt of besluit er te overwinteren. Je gelooft het misschien niet, maar deze pad geniet dezelfde bescherming als een dolfijn of een wolf.” In het nabijgelegen Sloebos voeren we straks werkzaamheden uit voor het aanleggen van mastfundaties. De voorbereidingen voor Roland Jan zijn al in volle gang. “We onderzoeken welke dieren er in het bos leven. We kijken dan met name naar de beschermde marterachtige soorten, zoals de wezel en de bunzing. Hiervoor hebben we ingeblikte sardientjes in de bomen gehangen. Met een camera-detectiesysteem kunnen we zien welke dieren hierop afkomen. Als er beschermde soorten blijken te wonen, treffen we maatregelen.”

Een grappige bijkomstigheid is dat de camera’s meer dan alleen dieren vastleggen. “Vooral in drukkere industriegebieden, zoals op de Maasvlakte, zien we ook wel eens vrachtwagenchauffeurs de bosjes in gaan. Niet helemaal wat we zoeken, wel grappig”, besluit Roland Jan.