Reportage samenwerken

“De pinken zijn uitgebroken”

Vlakbij het bezoekerscentrum van de Randstad Noordring in Leiderdorp zijn Jan Rood, operationeel omgevingscoördinator van TenneT en Maurice van Chastelet, uitvoerder bij BAM aan het werk. Samen zijn ze een goed voorbeeld van ‘twee handen op een buik’, ze hebben alle kennis in huis: op het gebied van techniek én het boerenbedrijf. Ze gaan de laatste fase in van de werkzaamheden voor de Randstad Noordring ‘cultuurtechnisch werken’. Het herstellen van de grond zodat de agrariër er weer mee verder kan.

Laag voor laag

Cultuurtechnisch werken vraagt om zorgvuldig werken. Dat begint al bij het afgraven, van de verschillende grondlagen. De bovenste laag is de teelaarde, daarna volgt het deel waar de wortels van gewassen groeien, gevolgd door een deel voor het water. Deze drie lagen moeten exact in deze volgorde weer aangebracht worden. Doe je dat niet, dan bestaat de kans dat er ‘niets’ meer groeit of delen nat blijven omdat het water niet goed weg kan. “Dit werk besteden wij uit aan een onderaannemer”, begint Maurice. Het liefst is Maurice er al in een vroeg stadium bij: “Ik ken de wensen van de agrariër en kan deze dan goed vertalen naar de medewerker die het werk moet doen. Want ook al besteden wij dit werk uit, ik ben wel eindverantwoordelijk dus zit ik er bovenop.”


Goede relatie

Het grondverzetbedrijf dat BAM hiervoor inhuurt is gespecialiseerd in dit soort werk, dus om de uitvoering van het werk maak ik me niet zo veel zorgen”, vervolgt Maurice. “Veel belangrijker in mijn werk is het contact met de agrariër.” En dat geldt ook voor Jan Rood. Jan: “Een agrariër zit meestal niet te wachten op werkzaamheden op zijn perceel. Ik bedenk me ook altijd hoe ik het zelf zou vinden als ze in mijn tuin met een schep aan zouden komen om de boel om te spitten. Niet voor niets hebben we ook nog wel eens te maken met ‘gedoogdossiers’. Dan is de agrariër het er niet mee eens, maar hebben wij toch ‘het recht’ om er te werken. Ook voor deze man doe ik dan mijn uiterste best om toch een goede relatie op te bouwen. Ik rijd langs, geef hem mijn kaartje en zeg dat hij mij moet bellen als er iets is. En dat gebeurt dan na een tijdje vaak ook. We krijgen zelfs complimenten als klachten of opmerkingen goed zijn afgehandeld en werkzaamheden goed zijn uitgevoerd.”


Samen optrekken

Inleven in de agrariër gaat Maurice ook zeker goed af. In de uren dat hij niet voor BAM werkt, stopt hij zijn tijd in een akkerbouw- en veebedrijf. “Ik heb zelf Gasunie op mijn land gehad, ik weet precies hoe je je dan voelt. In het contact met de agrariër is het ontzettend belangrijk om te begrijpen wat de ander doormaakt. Alles is emotie. Het bedrijf is vaak van vader op zoon gegaan, daar moet je zorgvuldig mee omgaan.” In het contact met landeigenaren trekken Jan en Maurice vaak samen op.


Abonnement Boerderij

Jan regelt ook de gewasschadevergoedingen voor de agrariërs. Jan: “Als je de techniek niet begrijpt of geen verstand hebt van het boerenbedrijf, dan kun je ook geen goede relatie met die agrariër opbouwen. Daar prikken ze heel snel doorheen.” Ook voor de laatste werkzaamheden voor het cultuurtechnisch werken voeren Maurice en Jan eerst een aantal gesprekken voor ze aan het werk gaan. Jan: “Je moet goed weten wat de agrariër wenst, moet er compost bij of niet, welk type graszaad heb je nodig etc. Voor iedereen die zich meer wil verdiepen in het leven van de agrariër heeft Maurice nog een goede tip: “Neem een abonnement op ‘Boerderij’ dan weet je hoe het met de prijzen van de aardappelen, uien en de melk gesteld is. En dus ook hoe de vlag er bij de agrariër bij hangt, zo heb je eerder een klik”, lacht Maurice.


Pinken

Dat Maurice en Jan zeer betrokken zijn bij hun werk is duidelijk. Maurice: “En fouten komen overal voor, maar ik zeg altijd tegen iedereen ‘meld het meteen’. Dan kunnen Jan en ik meteen schakelen met de betreffende landeigenaar. En als er dan toch iets misgaat, haal dan een taart bij een goede bakker en breng die even langs. Klein gebaar maar zo belangrijk. Jan: “Een tijdje geleden werd ik gebeld met de mededeling ‘de pinken zijn uitgebroken’. Op kantoor hebben ze mij vragend aangekeken; de pinken? Ik moest vreselijk lachen, het zijn kalfjes in de pubertijd en heel erg nieuwsgierig en kunnen alles vernielen. Dat er geen stroom op de afrastering zat hadden ze snel ontdekt. Een telefoontje en we hebben het probleem verholpen, de pinken liepen uiteindelijk vlak bij de provinciale weg. Zo’n telefoontje vergeet ik niet snel meer, en mijn collega’s ook niet”, besluit Jan.


”Cultuurtechnisch werken vraagt om zorgvuldig werken.
Dat begint al bij het afgraven van de verschillende lagen.”