”Zonder spanning geen stroom”

V.l.n.r.: Marc Veenhoven, Martijn Hamelink en Machiel Joosse

In Zeeland heeft Enduris zo’n 220.000 elektriciteitsaansluitingen op het regionale netwerk. Er is geen andere provincie waar meer huizen, gebouwen of schuren zonnepanelen op het dak hebben liggen dan in Zeeland. Ook windenergie op land en op zee komt vaak hier vandaan. Al die opgewekte elektriciteit moet door het net vervoerd worden. De aanleg van Zuid-West 380 kV West is de oplossing. Maar de aanleg lost niet alleen maar problemen op.

Een team

Bij Enduris werken Machiel Joosse, Martijn Hamelink en Marc Veenhoven als consultant energietransitie. Martijn: “Als je de werkwijze in onze provincie vergelijkt met de rest van Nederland, dan is onze aanpak best uniek: 13 gemeenten, één regionale energiestrategie, één netbeheerder. Dat betekent dat alle plannen die gemaakt worden om de energietransitie te faciliteren, binnen dezelfde strategie vallen en uitgevoerd worden door één netbeheerder.” Deze aanpak heeft als voordeel dat de drie collega’s vaak direct aan tafel zitten met zon- en windontwikkelaars. Maar ook bij de Zeeuwse gemeenten om te onderzoeken hoe een plan, voor bijvoorbeeld een nieuw zon- of windpark, uitgevoerd kan worden.

Uitbreiding

Machiel: “Want die opgewekte elektriciteit moet wel het net op. Dat betekent vaak dat we stations moeten uitbreiden om de capaciteit te vergroten. Meestal doen we dat door een stuk grond aan het station toe te voegen en het station dan uit te breiden met een extra veld.” Enduris heeft intensief overleg met TenneT, want de laatste jaren gebeurt het uitbreiden van bestaande stations steeds vaker. Martijn: “Wat ons betreft kan de aanleg van de nieuwe hoogspannings-verbinding niet snel genoeg gaan; we staan te springen om de extra capaciteit. Als de aanleg vertraagt, raakt het ons direct.”

Blokkeren

Maar door de komst van de nieuwe hoogspanningsverbinding doet zich in Kapelle ook ineens het omgekeerde voor: een nieuw te plaatsen hoogspanningsmast beperkt de mogelijkheid voor uitbreiding van het 150 kV-station Willem-Annapolder in de toekomst. Machiel: “Via de gemeente kreeg ik de vraag of de mast van de nieuwe verbinding, pal naast het station, eventuele uitbreiding in de weg staat. En het is nu al duidelijk dat die uitbreiding zeker nodig is. In de buurt van het station staan een groot kassencomplex en een aantal windmolens. Deze worden over niet al te lange tijd vervangen en uitgebreid met zwaardere turbines. Het aantal turbines wordt minder, maar de capaciteit verviervoudigt.”

Oplossing

Windturbines krijgen door innovatie een steeds groter vermogen. “Dat vraagt dus weer om een aanpassing van het net, in de vorm van extra capaciteit”, vervolgt Martijn. “Dus zijn we met TenneT in gesprek gegaan om te kijken hoe we het uitbreidingsprobleem op het 150 kV- station Willem-Annapolder op kunnen lossen. Een van de alternatieve opties is de transformatoren te vervangen door zwaardere. We kijken altijd naar de oplossing die qua investering het meest verantwoord is. We geven maatschappelijk geld uit, onze investeringen leiden tot een hogere energierekening.” Er komt dus wel een oplossing. Machiel: ”We hebben al eerder met dit bijltje gehakt, ook in Rilland en Borssele speelden soortgelijke problemen. We zijn er samen eigenlijk altijd goed uitgekomen, uiteindelijk hebben we natuurlijk hetzelfde belang. En het is ook niet erg als de samenwerking soms wat schuurt. Ik zeg altijd maar zo: ‘zonder spanning, geen stroom’.”

Marc Veenhoven

“Om de capaciteit van het elektriciteitsnet op peil te houden, deden we vroeger normaal één aanvraag per twee jaar voor een extra veld. Inmiddels is die vraag gegroeid naar twee velden per jaar. Dat doen we altijd in goed overleg met TenneT. We werken wat dit betreft echt samen en hebben allebei als uitgangspunt dat we de energietransitie zo goed mogelijk willen faciliteren. In dat gezamenlijke doel schuilt wel de kracht.”