Zorgvuldig omgaan met verzilting

Het klimaat verandert: drogere zomers, nattere winters. Ook dit voorjaar zien we dat de aanhoudende droogte bij een groot aantal agrariërs in Nederland voor problemen zorgt. In Zeeland zorgt een tekort aan zoetwater zelfs nog sneller voor een probleem. Want onder het zoetwater in de bovenste lagen van de grond, zit het zoutwater. Als dat naar boven komt, dan kun je het wel schudden met je gewas.

En wat gebeurt er als ze dan ook nog water gaan onttrekken, omdat je een hoogspanningsmast op je land krijgt? Met dit soort vraagstukken houdt Arjen Roelandse, geohydroloog bij Acacia Water zich bezig.

Zout en zoet

Zoetwater is belangrijk voor onder andere akkerbouw. Nederland heeft nog steeds te maken met een wateroverschot. Dat betekent dat we een teveel aan regenwater laten afvloeien naar zee of opvangen in bijvoorbeeld het IJsselmeer. Maar door klimaatverandering vraagt de waterhuishouding in ons land meer aandacht dan eerder. Ook TenneT merkt dat. “Als je een mast gaat plaatsen of een kabel aanlegt, dan pompt de aannemer grondwater weg om ‘droog’ te kunnen bouwen. Maar de grens van zoet- naar zoutwater ligt in Zeeland vrij ondiep. Pomp je te veel grondwater weg, dan komt het zoutwater naar de oppervlakte en uiteindelijk bij de wortels van je gewas terecht. Met alle gevolgen van dien.”

Gewasschade

Niet zo gek dat grondeigenaren, waarbij op het perceel gebouwd wordt, zich zorgen maken. Elk gewas reageert anders op zout. Gras kan er bijvoorbeeld redelijk goed tegen. Maar in Zeeland is er voornamelijk akkerbouw en minder gras. Als het zout eenmaal in je akker omhoog is gekomen, dan spoel je het niet zo even weg. “Dat kan wel, maar je hebt er enorm veel water voor nodig. Zout is een stof, dat moet uitspoelen. Het kan echt jaren duren voor je dat weer uit je perceel hebt. Dat is echt anders dan met droogteschade, waarbij het land een jaar later hersteld is.”

Om verziltingsschade te voorkomen, is Arjen gevraagd om mee te denken over dit probleem. Zijn advies is eigenlijk heel simpel: “Pomp niet te veel water weg. Dan loop je het minste risico. Maar de aannemer moet zijn werk ook goed kunnen doen. Daarom is het zo belangrijk om tijdens het vaststellen van het tracé de knelpunten in kaart te brengen. Het gaat erom dat je langs het tracé zo min mogelijk grondwater onttrekt, dan is het risico op het omhoogkomen van zoutwater kleiner.” In Zeeland ligt het hele tracé al jaren vast. Samen met TenneT houdt Arjen daarom de risicovolle plekken zo goed mogelijk in de gaten om de effecten te minimaliseren.

Bemiddelen

Niet overal is het zout-/zoetwaterpeil hetzelfde. Door metingen kun je kijken waar die grens precies ligt, om erachter te komen hoeveel water je kunt wegpompen. In sommige gevallen is bemalen zelfs helemaal geen optie en kiest de aannemer voor een alternatieve werkmethode. Arjen snapt zowel het probleem van de agrariër als de aannemer. Omdat hij met beide partijen overlegt, heeft hij een soort bemiddelingsrol. Sinds 2018 zien we dat we steeds vaker te maken hebben met droge periodes in het voorjaar en in de zomer. Dat maakt dat je nog beter moet opletten om gewasschade te voorkomen. “Vroeger zette de aannemer gewoon een bronbemaler neer, en werd er niet echt gekeken op een kubieke meter meer of minder. Maar dat kan in Zeeland nu echt niet meer.”

”Pomp je te veel grondwater weg, dan komt het zoutwater naar de oppervlakte en uiteindelijk bij de wortels van je gewas terecht. Met alle gevolgen van dien.”