Met de 40e boring legde aannemer NRG in de regio IJmond ook de laatste streng met mantelbuizen in de bodem. Daarmee brak op het tracé voor de ‘landkabels’ de volgende fase aan; het intrekken en verbinden van de afzonderlijke kabeldelen. We vroegen Silco Poleij als projectleider namens TenneT ons mee te nemen in het installatiewerk onder het maaiveld.

Het verhaal voor die kabels begint hemelsbreed zo’n 9.000 kilometer verderop. In Zuid-Korea om precies te zijn. “Niet omdat het hier om bijzonder ingewikkelde en ‘slimme kabels’ gaat, maar gewoon omdat deze qua prijs het voordeligst uit de bus kwamen”, zo laat Silco Poleij als projectleider voor de aanleg van de kabels op land weten. “Volgend op de wereldwijde aanbesteding is met Taihan een contract getekend voor zowel de engineering als de productie van de kabels.”

Haspels

Tegen die achtergrond vertrok enige tijd geleden een schip met daarop de kabeldelen voor het landtraject vanuit Zuid-Korea richting Nederland. Silco: “Die haspels zijn wel 5,5 meter hoog en dragen al vanuit de fabriek een nummer dat overeenkomt met een mantelbuis die door aannemer NRG tussen de werkterreinen in de bodem is gelegd. Voordat de kabeldelen worden ingetrokken, zet NRG de genummerde haspels klaar op het ene terrein en een treklier op het andere terrein.”

Intrekken

Tijdens het intrekken staat zo’n haspel achterop een dieplader. Daarop is een draaimechanisme bevestigd dat even snel draait als de lier. Ter ondersteuning worden kabeltrekmachientjes ingezet die de kabel voortstuwen. Met een stalen trekkabel trekt aannemer NRG de elektriciteitskabel in de mantelbuis. Dat gebeurt met een snelheid van 150 meter per uur, onder supervisie van een medewerker van het Zuid-Koreaanse bedrijf Taihan.

Drie circuits

Voor elk van de drie windparken wordt ‘een circuit’ in de bodem gelegd. Silco: “Zo’n circuit bestaat uit drie elektriciteitskabels (of fasen) en een glasvezelverbinding waarmee het stopcontact op zee straks op afstand kan worden bestuurd. Daarmee zijn dan twaalf van de zestien mantelbuizen gevuld. De vierde streng, die uit vier afzonderlijke mantelbuizen bestaat, ligt er als reserve.”

Grote kroonsteen

Op de werkterreinen waar de in- en uittredepunten van de boringen liggen, worden de uiteinden van de kabeldelen aan elkaar verbonden. Dat gebeurt volgens Silco in zogenoemde mof-putten. “Daarvoor wordt een stuk van de kabel afgepeld tot de aluminium kernen blootliggen. Deze worden vervolgens tegen elkaar aangelegd een vastgezet met een grote kroonsteen.”

Afgedekt

Zodra de kabeldelen met elkaar verbonden zijn, wordt er een mantel om de mof-verbinding getrokken waarmee deze lucht-, stof- en vochtvrij wordt afgesloten. Daarna wordt de mof-put afgedekt met zand, zodat de verbindingen op een veilige diepte van 1,40 meter onder het maaiveld komen te liggen.

Onzichtbaar

Silco: “De verbindingen worden volledig aan het zicht onttrokken. Er komen ook geen kastjes met lampjes te staan, zoals sommige mensen zich weleens afvragen. Na het afdekken met de zandlaag is al ons werk volstrekt onzichtbaar.”

Vergroenen

De kabelverbindingen mogen in geen geval beschadigd worden of invloed op elkaar uitoefenen. Daarom liggen de kabels op enkele meters afstand van elkaar in de bodem. Om diezelfde reden mogen er in deze ‘vrije ruimte’ ook geen andere obstakels zijn. “Na het werk kan het terrein weer vergroenen. Alleen niet met bomen of planten die diepe wortels hebben, omdat deze de kabels kunnen beschadigen.”

”De verbindingen worden volledig aan het zicht onttrokken. Er komen ook geen kastjes met lampjes te staan, zoals sommige mensen zich weleens afvragen. Na het afdekken met de zandlaag is al ons werk volstrekt onzichtbaar.”